![]() | 1. Gepolijst Het oppervlak is weerkaatsend met hoge glans. Aders, witte vlekken, aard en structuur van fossielen worden duidelijk. Ook kleuren worden versterkt. | |
![]() | 2. Verzoet Het oppervlak vertoont een kleine, lichte weerspiegeling en is effen en mat. Er zijn bijna geen zichtbare groeven aanwezig. In ruimtes waar water op de vloer slipgevaar geeft (badkamer) verkiest men verzoete oppervlakken boven gepolijste oppervlakken. Ook in druk belopen ruimtes kiest men vaak voor een verzoete afwerking voor de vloertegels. | |
![]() | 3. Geschuurd Deze bewerking verwijdert zaagmarkeringen en resulteert in een effen oppervlak met fijne (zichtbare tot weinig merkbare) cirkelvorminge streepjes. | |
![]() | 4. Gezaagd Het oppervlak is gezaagd met behulp van een raamzaag of met een gediamanteerde draad of gediamanteerd schijfblad. Het oppervlak vertoont zaagsneden, kleine golvingen, streepjes. Afhankelijk van de zaagmachine kunnen de sporen evenwijdig (raamzaag, gediamanteerde draad) of cirkelvormig (schijfzaag) zijn. | |
![]() | 5. Gevlamd Een vlam wordt onder een hoek van 45° op de plaat gericht. De thermische schok veroorzaakt het wegspringen van de oppervlakkige korrels, wat de specifieke ruwe textuur teweegbrengt. Een gevlamd oppervlak wordt meestal buiten gebruikt. Vooral de hardere soorten natuursteen worden gevlamd. | |
![]() | 6. Gehamerd Een mechanische hamer slaat op de platen en laat putjes achter op het oppervlak. Het uitzicht van de bewerkte plaat varieert met de grootte van de hamer en het aantal punten op de hamer. Deze afwerking is vooral geschikt voor buitentoepassingen. | |
![]() | 7. Gezandstraald Het oppervlak wordt onder hoge druk bestoven met fijne abrasieve korreltjes, en krijgt hierdoor een ruw maar fijn gekorreld uitzicht. Deze afwerking is vooral geschikt voor buitentoepassingen. | |
| 8. Gekloven Deze bewerking kan zowel manueel als mechanisch gebeuren. Bij het klieven verkrijgt men breuksteen. Door het klieven wordt het oorspronkelijke aspect van de steen zichtbaar : grote schilfers, holten en bulten van allerlei vorm en onregelmatig verspreid. | ||
![]() | 9. Ijsbloem IJsbloem is een mechanische bewerking van het steenoppervlak. Deze afwerking gebeurt door middel van vijf beitels (elk voorzien van 4 lamellen) die rond zichzelf draaien en tegelijkertijd ronddraaien op de plaat. Het bekomen ruwe oppervlak heeft het uitzicht van ijsbloemen. | |
![]() | 10. Gefrijnd Een 'multifrees' met diamanttanden wordt loodrecht in contact gebracht met het gezaagde steenblad en geeft aan de mechanische frijnslag een eigen typisch plat profiel. De groeven zijn steeds evenwijdig en de afstand tussen de groeven blijft altijd onveranderd. Soms kan deze oppervlaktebewerking een ongewenst effect hebben. Een schuine frijnslag bij een gevelbekleding kan bijvoorbeeld het druipwater langs de gevel een bepaalde richting geven en in dat patroon verwerings- en vervuilingssporen veroorzaken. | |
![]() | 11. Oude frijnslag Manueel of mechanisch worden korte, onderbroken streepjes getrokken in het oppervlak, die meestal diagonaal over de platen lopen. Dit creëert een decoratief ruw oppervlak. | |
| 12. Getrommeld De tegels worden op maat gezaagd en daarna in een draaiende molen of trommel gestoken (met abrasieve fragmenten), waardoor de randen van de tegels verouderd worden. | ||
| 13. „Geborsteld“ Er bestaan op de markt verschillende soorten „geborstelde“ oppervlakken. Hierbij wordt een oorspronkelijk oppervlak (gevlamd, gezandstraald, verzoet, geschuurd,...) zachter gemaakt met behulp van abrasieve borstels onder hoge druk, en komen de kleuren van de natuursteen weer beter tot hun recht. Het oppervlak heeft een licht ruw uitzicht, afhankelijk van de oorspronkelijke oppervlakte-afwerking. |