Oppervlakte-afwerkingen van natuursteen

De oppervlaktebewerkingen beïnvloeden in grote mate het uiteindelijke uitzicht van de steen. Zo kan de kleur van het oppervlak van een natuursteen sterk verschillen bij een specifieke afwerking. Het polijsten bijvoorbeeld zal over het algemeen de kleuren intenser en donkerder maken, terwijl vlammen meestal een verzachten van het kleurpalet veroorzaakt.

De keuze van een oppervlaktebewerking hangt sterk af van de aard van het materiaal en van het beoogde gebruik ervan. Zo kunnen sommige afwerkingen niet worden uitgevoerd op alle granietsoorten (bijvoorbeeld fijn gefrijnd) en andere niet op alle kalkstenen (bijvoorbeeld gepolijst).

1. Gepolijst
Het oppervlak is weerkaatsend met hoge glans. Aders, witte vlekken, aard en structuur van fossielen worden duidelijk. Ook kleuren worden versterkt.

2. Verzoet
Het oppervlak vertoont een kleine, lichte weerspiegeling en is effen en mat. Er zijn bijna geen zichtbare groeven aanwezig. In ruimtes waar water op de vloer slipgevaar geeft (badkamer) verkiest men verzoete oppervlakken boven gepolijste oppervlakken. Ook in druk belopen ruimtes kiest men vaak voor een verzoete afwerking voor de vloertegels.

3. Geschuurd
Deze bewerking verwijdert zaagmarkeringen en resulteert in een effen oppervlak met fijne (zichtbare tot weinig merkbare) cirkelvorminge streepjes.

4. Gezaagd
Het oppervlak is gezaagd met behulp van een raamzaag of met een gediamanteerde draad of gediamanteerd schijfblad. Het oppervlak vertoont zaagsneden, kleine golvingen, streepjes. Afhankelijk van de zaagmachine kunnen de sporen evenwijdig (raamzaag, gediamanteerde draad) of cirkelvormig (schijfzaag) zijn.

5. Gevlamd
Een vlam wordt onder een hoek van 45° op de plaat gericht. De thermische schok veroorzaakt het wegspringen van de oppervlakkige korrels, wat de specifieke ruwe textuur teweegbrengt. Een gevlamd oppervlak wordt meestal buiten gebruikt. Vooral de hardere soorten natuursteen worden gevlamd.

6. Gehamerd
Een mechanische hamer slaat op de platen en laat putjes achter op het oppervlak. Het uitzicht van de bewerkte plaat varieert met de grootte van de hamer en het aantal punten op de hamer. Deze afwerking is vooral geschikt voor buitentoepassingen.

7. Gezandstraald
Het oppervlak wordt onder hoge druk bestoven met fijne abrasieve korreltjes, en krijgt hierdoor een ruw maar fijn gekorreld uitzicht. Deze afwerking is vooral geschikt voor buitentoepassingen.

8. Gekloven
Deze bewerking kan zowel manueel als mechanisch gebeuren. Bij het klieven verkrijgt men breuksteen. Door het klieven wordt het oorspronkelijke aspect van de steen zichtbaar : grote schilfers, holten en bulten van allerlei vorm en onregelmatig verspreid.

9. Ijsbloem
IJsbloem is een mechanische bewerking van het steenoppervlak. Deze afwerking gebeurt door middel van vijf beitels (elk voorzien van 4 lamellen) die rond zichzelf draaien en tegelijkertijd ronddraaien op de plaat. Het bekomen ruwe oppervlak heeft het uitzicht van ijsbloemen.

10. Gefrijnd
Een 'multifrees' met diamanttanden wordt loodrecht in contact gebracht met het gezaagde steenblad en geeft aan de mechanische frijnslag een eigen typisch plat profiel. De groeven zijn steeds evenwijdig en de afstand tussen de groeven blijft altijd onveranderd. Soms kan deze oppervlaktebewerking een ongewenst effect hebben. Een schuine frijnslag bij een gevelbekleding kan bijvoorbeeld het druipwater langs de gevel een bepaalde richting geven en in dat patroon verwerings- en vervuilingssporen veroorzaken.

11. Oude frijnslag
Manueel of mechanisch worden korte, onderbroken streepjes getrokken in het oppervlak, die meestal diagonaal over de platen lopen. Dit creëert een decoratief ruw oppervlak.

12. Getrommeld
De tegels worden op maat gezaagd en daarna in een draaiende molen of trommel gestoken (met abrasieve fragmenten), waardoor de randen van de tegels verouderd worden.

13. Geborsteld
Er bestaan op de markt verschillende soorten „geborstelde“ oppervlakken. Hierbij wordt een oorspronkelijk oppervlak (gevlamd, gezandstraald, verzoet, geschuurd,...) zachter gemaakt met behulp van abrasieve borstels onder hoge druk, en komen de kleuren van de natuursteen weer beter tot hun recht. Het oppervlak heeft een licht ruw uitzicht, afhankelijk van de oorspronkelijke oppervlakte-afwerking.

Voor enkele materialen worden volgende oppervlakte-afwerkingen soms uitgevoerd:
gebikt: met puntbeitel bewerkt
geribd: met de pin gehouwen lijnen, meestal op gekloven oppervlaktes
sclypé: machinale groeven met ruwe tussenvlakken
gegradeerd: idem als sclypé, maar met bredere banden
vibreren: trillen met additief

Uit de besproken bewerkingen kan niet naar willekeur worden gekozen. Soms is een bewerking niet of nauwelijks uitvoerbaar op bepaalde steensoorten. Sommige marmers kunnen niet worden gehamerd, omdat ze te zacht zijn en te veel losnervige breekbare aders kunnen bezitten, waardoor ze kunnen breken.
In andere gevallen zijn sommige bewerkingen zinloos, omdat het decoratieve effect van de steen verloren gaat. Marmers worden daarom minder als eindafwerking geschuurd (verlies aan levendigheid).

Een groot gedeelte van de bouwelementen in natuursteen kan worden gepolijst. Denken we maar aan gevelbekledingen in de steden en het gebruik van steen in gebouwen als vloer, als keuken- en badkamerafwerking. Gepolijste afwerkingen bieden het voordeel dat de duurzaamheid tegen de atmosferische omstandigheden groter is (geringere vervuiling, organismen hechten moeilijker aan het oppervlak).

Daarentegen kan bij vloerbedekking de gepolijste afwerking snel afgelopen worden (slijtage van de polijsting door beloping). We dienen ons ook af te vragen of het decoratieve effect zich in een bepaald milieu kan handhaven. Ruwe bewerkingen hechten veel stof en vuil aan en vergen soms veel en duur onderhoud (wil men althans het beoogde effect behouden). Waar kans is op mechanische beschadigingen, kiezen we bij voorkeur geen vlakke bewerkingen waarop zich gemakkelijk krassen kunnen aftekenen.