Rouge Griotte

Rouge Griotte

Andere benaming: nvt

Referentiebenaming: Rouge Griotte

Oorsprong: Hautmont, Philippeville (België)

Beschrijving:

Rode kalksteen, met levendig verspreide rood-kleurige zones, met witte bebloeming.

Deze natuursteen is geschikt voor gebruik in binnentoepassingen. Rouge Griotte is buiten enkel geschikt als gevelbekleding.

Hou bij de keuze van het materiaal rekening met de verwachtingen van de klant én kies de steen en de oppervlakteafwerking in functie van de vooropgestelde toepassing

Eigenschappen:

Kleurnuances komen altijd in meer of mindere mate voor, zelfs binnen éénzelfde partij. Opgelet: Enkel 1ste keus gebruiken bij vloerbekleding.

Kenmerken

Kenmerk Norm Gem. Stand. Afw. E- E+ Eenheid
Schijnbaar volumieke massa NBN EN 1936 2704 0.87 - - kg/m³
Porositeit NBN EN 1936 0.49 0.11 - - vol.%
Druksterkte NBN EN 1926 120.38 - - - N/mm²
Buigsterkte NBN EN 12372 22.34 2.68 15.99 - N/mm²
Slijtsterkte Capon NBN EN 14157 18.52 1.23 - 21.62 mm
Slijtsterkte Amsler - - - - - mm/1000m
Vorstbestendigheid - -
Petrografie NBN EN 12407 boundstone (Dunham), biolitiet (Folk en NBN EN 12670)
σ: standaardafwijking / E-: minimaal te verwachten waarde / E+: maximaal te verwachten waarde

Gebruik

Binnen

vloeren en plinten
wandbekleding, droge ruimte
trappen
schouwen
andere tafels
tussendeurdorpels
tabletten
decoratie en kunst

Buiten

verticaal uitspringende delen
raamdorpels, dekstenen
geventileerde gevelbekleding
tuin en omgeving, decoratie en kunst

Uitvoering

Vloeren en plinten

Voorbereiding

Algemeen

Na de levering op de werf worden de tegels onmiddellijk binnengezet of tenminste degelijk beschermd tegen regen, wind en vorst. De ruimte waar de tegels dienen geplaatst, moet steeds regen-, vorst- en tochtvrij zijn en mag geen vochtige bodem of wanden vertonen. De droogtijd van een dekvloer (indien voorzien) bedraagt minimum 28 dagen.

Controle vóór de plaatsing

Indien er tegels geschonden of gebroken zijn, dient dit voor de plaatsing aan de leverancier gemeld te worden. Deze tegels moeten in de mate van het mogelijke tegen de muren en voor verzaging gebruikt worden.
De vloerder dient - vooraleer de plaatsing aan te vatten- samen met de bouwheer en/of architect de tegels (in droge toestand) te controleren op eventuele afwijkingen tegenover de monsters. Men mengt de tegels vóór de plaatsing, om een harmonieuze verdeling van kleuren en schakeringen van het gebruikte materiaal te bekomen. Denk eraan: ‘Plaatsing is aanvaarding’, dwz. dat er NA plaatsing van de vloer geen klachten aanvaard worden, tenzij voor verborgen gebreken.

Uitvoering

Binnenbevloering
Om vochtdoordringing via de onderliggende betonstructuur te beperken, wordt een dubbele polyethyleenfolie aangebracht tussen de betonstructuur en het gestabiliseerd zandbed (of de dekvloer); enkel een folie onder de betonplaat is onvoldoende. De dubbele folie wordt aan de randen van de lokalen opgetrokken en afgesneden ter hoogte van de voeg tussen vloer en plint. Indien de oppervlakte meer dan 50 m² of de lengte meer dan 8 m bedraagt, dient een uitzettingsvoeg in geëxpandeerde polystyreen of gelijkwaardig te worden voorzien dwars door zandbed (of dekvloer) en legmortel. Aan de muren voorziet men ook een uitzettingsvoeg door het plaatsen van geëxpandeerde polystyreenstroken of een gelijkwaardig product. De steen en de oppervlakteafwerking dienen te worden gekozen in functie van de vooropgestelde toepassing. Ook moet men, om krassen en aflopen te beperken, een doeltreffende vloermatkader voorzien tussen binnenbetegeling en buiten (zandkorrels onder de schoenen hebben een sterk schurende werking). De plaatsing gebeurt volgens de regels der kunst en het goede vakmanschap (zie hiervoor ook TV 137, SBR-WTCB-Gids Afwerkvloeren-Natuursteen en TV 213).

Bij plaatsing in combinatie met vloerverwarming dient men de voorschriften van de leverancier strikt te volgen (zie ook de brochure hieromtrent van het WTCB-TV 179 en TV 189). Plaatsing uitsluitend met aangepaste tegellijm of een witte kant-en-klare legmortel voor natuursteen (max. 1,5 à 3 cm dik) op een droge dekvloer. Droogtijd dekvloer: 1 week per cm dikte + 1 week extra (bvb dekvloer 5 cm = 6 weken droogtijd). Men voorziet een roestvrij verstevigingsnet (bvb 50 x 50 x 2; geen kippengaas) in de dekvloer. Het is steeds aangeraden om met rechte voegen te werken. Het gebruik van tegels met onregelmatige afmetingen verhoogt bovendien het risico van scheurvorming en breuk van de tegels. Uitzettingsvoegen dienen ook te worden voorzien in de tegelvloer wanneer de ruimte langer dan 7 m of groter dan 40 m² is. Aan de muren voorziet men ook een zettingsvoeg door het plaatsen van geëxpandeerde polystyreenstroken of een gelijkwaardig product. Vooraleer de vloerwerken aan te vatten, dient de verwarming een eerste maal stapsgewijs opgestart te worden (5° per 24u en min. 28 dagen na plaatsing van de dekvloer). De plaatsing van de natuursteen zal pas aangevat worden nadat de verwarming 3 à 7 dagen op maximale werkingstemperatuur (water in de verwarmingsbuizen) gedraaid heeft en nadat men opnieuw stapsgewijs teruggekomen is tot de begintemperatuur). Na 1 dag wachten mag men dan de natuursteen plaatsen.
De verdamping doorheen de steen niet verhinderen, m.a.w. het afdekken met folies, weinig dampdoorlatende tapijten, enz. tijdens de droging van de vloer vermijden. Het aanbrengen van een tijdelijke afdekking (voor de werkzaamheden die op het vloeren volgen) dient dus te worden vermeden. Dergelijke ingrepen verhogen sterk de kans op schade. Indien nodig, dient dit te gebeuren met behulp van wit karton en elke avond moet de afdekking worden verwijderd, zodat de vloer ‘s nachts kan uitdrogen. Het opleveren van de staat van een natuursteenoppervlak mag nooit gebeuren bij tegenlicht en zeker niet met scherend licht. Het onderzoek gebeurt op manshoogte en met het blote oog (WTCB-1983 en NBN 903-02). Tintverschillen kunnen enkel beoordeeld worden bij droge tegels.

Het plaatsen in een legmortel of via verlijming is afhankelijk van het type steen. Informeer U hierover bij de leverancier en spreek dit goed af met de plaatser.

VERLIJMING
Dubbele verlijming is onontbeerlijk, d.w.z. zowel de rug van de tegels als de dekvloer wordt volledig ingestreken met aangepaste tegellijm of een witte kant-en-klare legmortel voor natuursteen. Na het leggen de tegels zeker niet met water besproeien en de voegen meerdere dagen (in vochtige omstandigheden: minimum 14 dagen!) laten open liggen, zodat het vocht door deze voegen verdampen kan. Vooraleer te voegen dient men de tegels grondig te reinigen en lichtjes vochtig te maken. Het is ook aangeraden slechts kleine oppervlaktes (4 à 6 m²) ineens te voegen en de tegels onmiddellijk schoon te maken om cementsluier te vermijden.

LEGMORTEL
De bevloering wordt geplaatst op een onderlaag in gestabiliseerd zand van max. 5 cm dikte met volgende samenstelling: Gewassen rivierzand 0/5 of 0/7 mm gemengd met witcement, een weinig nat gemaakt en ineengeklonken.
Verhouding: 450 kg zand + 50 kg cement (9 delen zand voor 1 deel cement).
Samenstelling legmortel (max. 1,5 à 3 cm): 200 kg wit zand 0/2 mm + 50 kg wit cement (4 delen zand voor 1 deel cement) met toevoeging van een vinylhars aan het zuiver aanmaakwater (geen putwater) of men gebruikt een witte kant-en-klare legmortel voor natuursteen. De tegels worden vol in de mortel gelegd. Na het leggen de tegels zeker niet met water besproeien en de voegen meerdere dagen (in vochtige omstandigheden: minimum 14 dagen!) laten openliggen, zodat het vocht door deze voegen verdampen kan. Vooraleer te voegen dient men de tegels grondig te reinigen en lichtjes vochtig te maken. Het is ook aangeraden slechts kleine oppervlaktes (4 à 6 m²) ineens te voegen en de tegels onmiddellijk schoon te maken om cementsluier te vermijden.

Onderhoud

Eerste reiniging: een eenmalige schoonmaakbeurt met aangepast reinigingsmiddel (opgelet: niet zuurhoudend indien vereist). Dit mag vanaf één week na opvoegen van de vloer. Mocht op de vloer cementsluier voorkomen, pas dan hetzelfde product toe, in combinatie met een éénschijfsmachine en een schrobpad.

Eerste onderhoud: vervolgens dient men de vloer voldoende te laten uitdrogen: d.w.z. ongeveer 3 maanden licht vochtig dweilen met toevoeging van aangepast onderhoudsmiddel dat de poriën van de steen niet afsluit.

Regelmatig onderhoud: gebruik wekelijks een onderhoudsproduct dat geschikt is voor natuursteen.

Periodiek onderhoud: om het uitzicht van de natuursteen te optimaliseren, moet men deze maandelijks onderhouden met een voedend product (enkel voor binnenbevloering).

Bescherming: de natuursteen te behandelen indien nodig met een impregneermiddel in vocht (badkamer-douche) – en vlekgevoelige (keuken) ruimten. Gebruik hiervoor een aangepast product.

Opgelet: gebruik steeds de producten van hetzelfde merk! (Lithofin ®, Moëller, Berdy®, Akemi ®)
Algemeen dient gesteld dat men bij het onderhoud niet mag overdrijven met water.

Wandbekleding droge ruimte

De bekleding van binnenmuren is mogelijk voor elke natuursteen. Er zijn enkel beperkingen voor vochtige ruimtes zoals douches en badkamers. De aanhechting dient te gebeuren op een stabiele en geschikte ondergrond. Bekleden tegen plaaster is niet toegestaan. Enkel bekleden tegen cement gebonden ondergrond of vochtwerende gyproc of mdf is toegestaan. Men verlijmt natuursteen met een tegellijm voor natuursteen en liefst thixotroop zodat de stenen niet naar beneden glijden door het gewicht. Men voorziet best een koord om de opening te voorzien voor de voegen. Met kruisjes werken wordt afgeraden. Een koord is immers stabieler en volledig recupereerbaar. Bij het voegen moet men rekening houden met de droogtijd van het voegsel. Men vermijdt best het achterblijven van cementsluier. Kleine oppervlakten voegen en dan reinigen is aan te raden.

Trappen

OPMETEN

Het succes van een project in natuursteen begint bij het opmeten. Een trap opmeten is niet eenvoudig. Een rechte trap kan misschien simpel lijken, doch moet men zijn verstand er bij houden. Men heeft verschillende soorten trappen.

SOORTEN

- Rechte trap of steektrap met al dan niet open of gesloten zijden.
- Spiltrap of wenteltrap: een trap met een rechte as waar de treden direct rond draaien.
- Draaitrap: een trap die roteert rond een as buiten de trap gelegen.
- Vrij dragende trappen: In natuursteen niet gemakkelijk te maken als zelfdragende trap. Kan ondersteund worden met profielen die in de muur worden verankerd en die in de treden verwerkt kunnen worden.

De looplijn van elke trap bepaalt of een trap veilig is om op te lopen. Een spiltrap heeft een onveiligere looplijn dan een draaitrap of een steektrap. De looplijn is ook de plaats waar de meeste slijtage ontstaat. Een indoor trap ziet minder af van slijtage dan een uitdoor trap.

LOOPLIJN

Trappen worden vaak afgewerkt aan de muurkant en aan de kopkant met plinten en wangen. Deze plinten kunnen eenvoudig en recht zijn of doorlopend in allerlei vormen zoals kardinaalswangen.

HOE MEET MEN EEN TRAP

Het gemakkelijkste om te meten is als beide vloeren reeds geplaatst zijn boven- en onderaan de trap. Anders moet men de pas afspreken, die vaak afhankelijk is van de dikte van de vloerbekleding. De hoogte tussen beide passen is de traphoogte. Een trap heeft ook een lengte, dit noemt met de terugloop. De breedte van de trap spreekt voor zichzelf. De neus van de trap is de kant waar men op staat bij het stijgen van de trap. Deze neus kan al dan niet oversteken. De afstand van neuslijn tot neuslijn noemt men de optrede. Horizontaal is dit de aantrede. Het welstuk is de laatste trede bovenaan die aansluit op de vloer. Het verticale gedeelte van de trap heet een stootbord, tegentrede of konkel.

Het comfort van de trap hangt af van de aannemer die de beton heeft gegoten. Een perfecte hoogte van een optrede is 18 à 19 cm van neus tot neus en een diepte van 27 cm. Een trap met treden die een diepte hebben van kleiner dan 27 maken een trap steiler voor dezelfde hoogte. Het aantal treden is uiteraard afhankelijk van de hoogte. Meestal is dit 260 cm. Het aantal treden bedraagt dan 13 à 14 stuks. Als men het aantal treden telt en de totale dikte van alle treden samen telt, dan kan men de hoogte van de tegentrede berekenen, rekening houdend met de voegen.

Het opmeten van draaiende trappen met verdreven treden doet men vaak met mallen. Een verstandige manier omdat men deze mallen tijdens de productie kan gebruiken en het zagen efficiënt maakt.

Tussendeurdorpels

Dit lijkt op het eerste zicht vreemd om een aparte vermelding te maken over tussendeurdorpels. Zeker omdat alle materialen geschikt zijn als dorpel. De reden om dit te vermelden is omdat men tijdens het vloeren best gebruik maakt van dorpels in plaats van de vloertegel te laten doorlopen. Voegen tussen tegels en tussen tegel en dorpel vangen de bewegingen op. Als men de vloer laat doorlopen ontstaan er scheuren doorheen de tegel die anders zou worden opgevangen door de deurdorpel.

Tabletten

Tabletten kunnen meer zijn dan venstertabletten. Toog, doorgeefruimtes, nissen, siertabletten. De kracht van natuursteen is dat dit een van de weinige materialen is waarvoor een oplossing nodig is in uw interieur. Snel verkrijgbaar, op maat en aan een concurrentiële prijs.

Decoratie en kunst - Exterieur: Inleiding

Voor buitentoepassingen zijn er voor een paar stenen beperkingen opgelegd. Maar omdat het over onder andere kunst gaat mag en kan er veel. Een beeld in metaal ziet er mooier uit als het roest. Het is best mogelijk dat dit ook de achterliggende gedacht is van de kunstenaar. Dus in naam van de kunst. Alles kan, en alles mag.

Verticaal uitspringende delen

In uitvoering.

Raamdorpels, dekstenen

In uitvoering

Geventileerde gevelbekleding

In uitvoering.