Tandur Yellow

Tandur Yellow

Andere benaming: Bristol Yellow, Lime Yellow, Indian Gold

Referentiebenaming: Tandur Yellow

Oorsprong: Tandur (India)

Beschrijving:

Micritische kalksteen met stylolieten in de massa die geen effect hebben op de vorstbestendigheid.

Deze natuursteen is geschikt voor gebruik in binnen- en buitentoepassingen.

Hou bij de keuze van het materiaal rekening met de verwachtingen van de klant én kies de steen en de oppervlakteafwerking in functie van de vooropgestelde toepassing.

Eigenschappen:

Kleurnuances, zelfs binnen eenzelfde partij, kunnen voorkomen. Geelkleurige kalksteen, met bruine, groene, roze en okerachtige tinten.

Kenmerken

Kenmerk Norm Gem. Stand. Afw. E- E+ Eenheid
Schijnbaar volumieke massa NBN EN 1936 2696 5 2691 2701 kg/m³
Porositeit NBN EN 1936 0.2 0.1 0.2 0.3 vol.%
Druksterkte NBN EN 1926 185.6 26.7 157.5 - N/mm²
Buigsterkte NBN EN 12372 28 3.1 24.7 - N/mm²
Slijtsterkte Capon NBN EN 14157 21.0 0.8 - 22 mm
Slijtsterkte Amsler - - - - - mm/1000m
Vorstbestendigheid NBN EN 12371 168 cycli
Petrografie NBN EN 12407 micritische kalksteen
σ: standaardafwijking / E-: minimaal te verwachten waarde / E+: maximaal te verwachten waarde

Gebruik

Binnen

vloeren en plinten
wandbekleding, droge ruimte

zwembadboord (zonder overloop)

Buiten

terrassen, opritten, deurdorpels, gevelplint, boordstenen
zwembadboord

Uitvoering

Vloeren en plinten

Voorbereiding

Algemeen

Na de levering op de werf worden de tegels onmiddellijk binnengezet of tenminste degelijk beschermd tegen regen, wind en vorst. De ruimte waar de tegels dienen geplaatst, moet steeds regen-, vorst- en tochtvrij zijn en mag geen vochtige bodem of wanden vertonen. De droogtijd van een dekvloer (indien voorzien) bedraagt minimum 28 dagen.

Controle vóór de plaatsing

Indien er tegels geschonden of gebroken zijn, dient dit voor de plaatsing aan de leverancier gemeld te worden. Deze tegels moeten in de mate van het mogelijke tegen de muren en voor verzaging gebruikt worden.
De vloerder dient - vooraleer de plaatsing aan te vatten- samen met de bouwheer en/of architect de tegels (in droge toestand) te controleren op eventuele afwijkingen tegenover de monsters. Men mengt de tegels vóór de plaatsing, om een harmonieuze verdeling van kleuren en schakeringen van het gebruikte materiaal te bekomen. Denk eraan: ‘Plaatsing is aanvaarding’, dwz. dat er NA plaatsing van de vloer geen klachten aanvaard worden, tenzij voor verborgen gebreken.

Uitvoering

Binnenbevloering
Om vochtdoordringing via de onderliggende betonstructuur te beperken, wordt een dubbele polyethyleenfolie aangebracht tussen de betonstructuur en het gestabiliseerd zandbed (of de dekvloer); enkel een folie onder de betonplaat is onvoldoende. De dubbele folie wordt aan de randen van de lokalen opgetrokken en afgesneden ter hoogte van de voeg tussen vloer en plint. Indien de oppervlakte meer dan 50 m² of de lengte meer dan 8 m bedraagt, dient een uitzettingsvoeg in geëxpandeerde polystyreen of gelijkwaardig te worden voorzien dwars door zandbed (of dekvloer) en legmortel. Aan de muren voorziet men ook een uitzettingsvoeg door het plaatsen van geëxpandeerde polystyreenstroken of een gelijkwaardig product. De steen en de oppervlakteafwerking dienen te worden gekozen in functie van de vooropgestelde toepassing. Ook moet men, om krassen en aflopen te beperken, een doeltreffende vloermatkader voorzien tussen binnenbetegeling en buiten (zandkorrels onder de schoenen hebben een sterk schurende werking). De plaatsing gebeurt volgens de regels der kunst en het goede vakmanschap (zie hiervoor ook TV 137, SBR-WTCB-Gids Afwerkvloeren-Natuursteen en TV 213).

Bij plaatsing in combinatie met vloerverwarming dient men de voorschriften van de leverancier strikt te volgen (zie ook de brochure hieromtrent van het WTCB-TV 179 en TV 189). Plaatsing uitsluitend met aangepaste tegellijm of een witte kant-en-klare legmortel voor natuursteen (max. 1,5 à 3 cm dik) op een droge dekvloer. Droogtijd dekvloer: 1 week per cm dikte + 1 week extra (bvb dekvloer 5 cm = 6 weken droogtijd). Men voorziet een roestvrij verstevigingsnet (bvb 50 x 50 x 2; geen kippengaas) in de dekvloer. Het is steeds aangeraden om met rechte voegen te werken. Het gebruik van tegels met onregelmatige afmetingen verhoogt bovendien het risico van scheurvorming en breuk van de tegels. Uitzettingsvoegen dienen ook te worden voorzien in de tegelvloer wanneer de ruimte langer dan 7 m of groter dan 40 m² is. Aan de muren voorziet men ook een zettingsvoeg door het plaatsen van geëxpandeerde polystyreenstroken of een gelijkwaardig product. Vooraleer de vloerwerken aan te vatten, dient de verwarming een eerste maal stapsgewijs opgestart te worden (5° per 24u en min. 28 dagen na plaatsing van de dekvloer). De plaatsing van de natuursteen zal pas aangevat worden nadat de verwarming 3 à 7 dagen op maximale werkingstemperatuur (water in de verwarmingsbuizen) gedraaid heeft en nadat men opnieuw stapsgewijs teruggekomen is tot de begintemperatuur). Na 1 dag wachten mag men dan de natuursteen plaatsen.
De verdamping doorheen de steen niet verhinderen, m.a.w. het afdekken met folies, weinig dampdoorlatende tapijten, enz. tijdens de droging van de vloer vermijden. Het aanbrengen van een tijdelijke afdekking (voor de werkzaamheden die op het vloeren volgen) dient dus te worden vermeden. Dergelijke ingrepen verhogen sterk de kans op schade. Indien nodig, dient dit te gebeuren met behulp van wit karton en elke avond moet de afdekking worden verwijderd, zodat de vloer ‘s nachts kan uitdrogen. Het opleveren van de staat van een natuursteenoppervlak mag nooit gebeuren bij tegenlicht en zeker niet met scherend licht. Het onderzoek gebeurt op manshoogte en met het blote oog (WTCB-1983 en NBN 903-02). Tintverschillen kunnen enkel beoordeeld worden bij droge tegels.

Het plaatsen in een legmortel of via verlijming is afhankelijk van het type steen. Informeer U hierover bij de leverancier en spreek dit goed af met de plaatser.

VERLIJMING
Dubbele verlijming is onontbeerlijk, d.w.z. zowel de rug van de tegels als de dekvloer wordt volledig ingestreken met aangepaste tegellijm of een witte kant-en-klare legmortel voor natuursteen. Na het leggen de tegels zeker niet met water besproeien en de voegen meerdere dagen (in vochtige omstandigheden: minimum 14 dagen!) laten open liggen, zodat het vocht door deze voegen verdampen kan. Vooraleer te voegen dient men de tegels grondig te reinigen en lichtjes vochtig te maken. Het is ook aangeraden slechts kleine oppervlaktes (4 à 6 m²) ineens te voegen en de tegels onmiddellijk schoon te maken om cementsluier te vermijden.

LEGMORTEL
De bevloering wordt geplaatst op een onderlaag in gestabiliseerd zand van max. 5 cm dikte met volgende samenstelling: Gewassen rivierzand 0/5 of 0/7 mm gemengd met witcement, een weinig nat gemaakt en ineengeklonken.
Verhouding: 450 kg zand + 50 kg cement (9 delen zand voor 1 deel cement).
Samenstelling legmortel (max. 1,5 à 3 cm): 200 kg wit zand 0/2 mm + 50 kg wit cement (4 delen zand voor 1 deel cement) met toevoeging van een vinylhars aan het zuiver aanmaakwater (geen putwater) of men gebruikt een witte kant-en-klare legmortel voor natuursteen. De tegels worden vol in de mortel gelegd. Na het leggen de tegels zeker niet met water besproeien en de voegen meerdere dagen (in vochtige omstandigheden: minimum 14 dagen!) laten openliggen, zodat het vocht door deze voegen verdampen kan. Vooraleer te voegen dient men de tegels grondig te reinigen en lichtjes vochtig te maken. Het is ook aangeraden slechts kleine oppervlaktes (4 à 6 m²) ineens te voegen en de tegels onmiddellijk schoon te maken om cementsluier te vermijden.

Onderhoud

Eerste reiniging: een eenmalige schoonmaakbeurt met aangepast reinigingsmiddel (opgelet: niet zuurhoudend indien vereist). Dit mag vanaf één week na opvoegen van de vloer. Mocht op de vloer cementsluier voorkomen, pas dan hetzelfde product toe, in combinatie met een éénschijfsmachine en een schrobpad.

Eerste onderhoud: vervolgens dient men de vloer voldoende te laten uitdrogen: d.w.z. ongeveer 3 maanden licht vochtig dweilen met toevoeging van aangepast onderhoudsmiddel dat de poriën van de steen niet afsluit.

Regelmatig onderhoud: gebruik wekelijks een onderhoudsproduct dat geschikt is voor natuursteen.

Periodiek onderhoud: om het uitzicht van de natuursteen te optimaliseren, moet men deze maandelijks onderhouden met een voedend product (enkel voor binnenbevloering).

Bescherming: de natuursteen te behandelen indien nodig met een impregneermiddel in vocht (badkamer-douche) – en vlekgevoelige (keuken) ruimten. Gebruik hiervoor een aangepast product.

Opgelet: gebruik steeds de producten van hetzelfde merk! (Lithofin ®, Moëller, Berdy®, Akemi ®)
Algemeen dient gesteld dat men bij het onderhoud niet mag overdrijven met water.

Wandbekleding droge ruimte

De bekleding van binnenmuren is mogelijk voor elke natuursteen. Er zijn enkel beperkingen voor vochtige ruimtes zoals douches en badkamers. De aanhechting dient te gebeuren op een stabiele en geschikte ondergrond. Bekleden tegen plaaster is niet toegestaan. Enkel bekleden tegen cement gebonden ondergrond of vochtwerende gyproc of mdf is toegestaan. Men verlijmt natuursteen met een tegellijm voor natuursteen en liefst thixotroop zodat de stenen niet naar beneden glijden door het gewicht. Men voorziet best een koord om de opening te voorzien voor de voegen. Met kruisjes werken wordt afgeraden. Een koord is immers stabieler en volledig recupereerbaar. Bij het voegen moet men rekening houden met de droogtijd van het voegsel. Men vermijdt best het achterblijven van cementsluier. Kleine oppervlakten voegen en dan reinigen is aan te raden.

Zwembaden - Zonder overloop

Zwembaden - kuip

We bespreken hier de zwembaden die bekleed kunnen worden met natuursteen. Dit zijn dus vers betonnen, prefab beton, gemetste betonblokken of prefab kunststof kuipen waarop hechting mogelijk is. Het eerste waar men aan denkt bij een zwembad is de waterdichting van de kuip. Vertrouw nooit op de waterdichting van de betegeling. De basis van de waterdichting moet ter hoogte van de kuip worden gerealiseerd.
Men moet voldoen aan de dichtheidsklassen volgens de norm NBN EN 1992-3.
Een realistische waterdichte kuip voldoet aan de volgende richtlijnen die ook terug te vinden zijn in de TV 247 van het WTCB:
Gebruik van ‘traditioneel’ beton, maar met aandacht voor het verbeteren van de globale vloeistofdichtheid:

▪ Kwaliteit van het beton (beperken van de interne belastingen/spanningen in het beton)
▪ Beheersing van scheurvorming door aangepaste wapening (beperken van de breedte van eventuele scheuren)
▪ Correcte uitvoering van voegen (vermijden van infiltraties via de voegen)

Beton (vaste wand of betonblokken) is niet waterdicht. Het aanbrengen van een waterdichtingslaag is noodzakelijk. Deze moet continu aangebracht worden. Ze bestaan uit een stijve of soepele bekleding.

Het tweede waar men aan denkt is het afvoeren van water en vocht dat op de zwembadrand komt en de omliggende bevloering. Bij een overloopzwembad moet men rekening houden dat de natuursteen hiervoor geschikt is omdat deze constant in contact staat met water. De afvoer van de directe omgeving van het zwembad wordt best weg van de kuip gerealiseerd.

Zwembaden - water

Het calcium-carbonaat evenwicht van het zwembadwater speelt een belangrijke rol.  Er is een permanente chemische reactie bezig die een balans zoekt. In de ene richting ontstaat er overgesatureerd water met neerslag van CaCO3 ook wel ketelsteenvormend water genoemd. In de andere richting ontstaat ondergesatureerd water met CaCO3 in oplossing ook wel agressief water genoemd.

Agressief water kan leiden tot beschadiging cementgebonden materialen met als gevolg verpoedering, vertroebeling water, vorming afzettingen in het water.)

Er zijn vier begrippen die een effect hebben op beide reacties.
* T - Temperatuur
Kouder water is agressiever dan warmer water
* pH - Zuurtegraad
Zuurder water is agressiever dan neutraler/alkalisch water. Te hoge pH heeft een negatieve invloed op werkzaamheid chloor.
* TH - Totale Hardheid
Harder water is minder agressief dan zachter water. Regenwater verzacht het water
* TAC - alkaliteit

Water met hoge alkaliteit is minder agressief dan water met lage alkaliteit.

Aanbevolen grenswaarden
pH tussen 7,0 en 7,8 - idealiter 7,2
TH tussen 15 en 30°F
TAC tussen 10 en 20°F

Er zijn producten die deze parameters kunnen wijzigen.
CaCL2 verhoogt TH
NaHCO3 verhoogt pH en TAC
NaHSO4 verlaagt pH

Raadpleeg de norm NBN EN 16713-3

Zwembaden - bekleding natuursteen

Voor de bevloering rond het zwembad en de betegeling zelf raadpleegt U best de normen NBN EN 12058, 1341 en 1469. Kies uw natuursteen op advies van een professioneel. Dus de natuursteen moet zeker vorst- en waterbestendig zijn. Enkele natuurstenen vertonen een eigenschap die leidt tot vlekvorming volgens type I of type II in contact met water. Implementeer dus een goede afvoer van het water door een helling van 1,5% en een afvoergoot te voorzien. Hou deze laatste rein.
Kalkhoudende stenen (kalksteen, kalkzandsteen, marmer) kunnen reageren wanneer het Calcium-Carbonaatevenwicht verstoord wordt.  U kan dan steeds kiezen voor niet-kalkhoudende steen (zandsteen, kwartsiet, graniet, basalt, leisteen, gneiss)

Zwembaden - waterzuivering

Het toevoegen van producten zoals Cl (Chloor) en NaCl (zout) kunnen een effect hebben op uw natuursteen.

Chloor:
Een te hoog gehalte kan leiden tot schade, een te laag gehalte kan leiden tot infecties. Controleer de concentraties voor uw type zwembad opgegeven door de producent.
Zout:
Het toevoegen van zout kan bij oversaturatie leiden tot het binnendringen van zouten in de steen. Deze zouten kristalliseren in de poriën. Door herhaaldelijk op te drogen en terug vochtig worden, ontstaan er meer kristallen. Deze migreren dan naar het oppervlak met als gevolg een mogelijke afschilfering van het steenoppervlak. Let dus op met poreuze stenen.
Eenzelfde fenomeen kan ontstaan door zoutelektrolyse en dit kan leiden tot gipsvorming.

Terras, oprit, deurdorpel, gevelplint, boordsteen

Voorbereiding

Algemeen

Na de levering op de werf worden de tegels onmiddellijk binnengezet of tenminste degelijk beschermd tegen regen, wind en vorst. De ruimte waar de tegels dienen geplaatst, moet steeds regen-, vorst- en tochtvrij zijn en mag geen vochtige bodem of wanden vertonen. De droogtijd van een dekvloer (indien voorzien) bedraagt minimum 28 dagen.

Controle vóór de plaatsing

Indien er tegels geschonden of gebroken zijn, dient dit voor de plaatsing aan de leverancier gemeld te worden. Deze tegels moeten in de mate van het mogelijke tegen de muren en voor verzaging gebruikt worden.
De vloerder dient - vooraleer de plaatsing aan te vatten- samen met de bouwheer en/of architect de tegels (in droge toestand) te controleren op eventuele afwijkingen tegenover de monsters. Men mengt de tegels vóór de plaatsing, om een harmonieuze verdeling van kleuren en schakeringen van het gebruikte materiaal te bekomen. Denk eraan: ‘Plaatsing is aanvaarding’, dwz. dat er NA plaatsing van de vloer geen klachten aanvaard worden, tenzij voor verborgen gebreken.

Uitvoering

Buitenbevloering
Bij plaatsing als buitenbevloering (zie ook het WTCB-tijdschrift nr.4/1990, 6e katern en WTCB-Contact nr.23 – 3/2009) dient men volgende details in acht te nemen. De totale opbouw exclusief de tegel moet min. 40 cm bedragen. De drainerende fundering onder de dekvloer kan bestaan uit een korrelbeton-kiftbeton (+/- 15 cm) op een drainerende en getrilde laag (grind, zand,…).
Samenstelling korrelbeton: 150 kg cement per m³ granulaten 8/22 of 10/20. Indien de oppervlakte meer dan 35 m² of de lengte meer dan 5 m (blootgesteld aan de zon) of 8 m (niet blootgesteld aan de zon) bedraagt, dient een uitzettingsvoeg te worden voorzien dwars door zandbed en legmortel.
Aan de aansluiting met de gevel voorziet men ook een uitzettingsvoeg door het plaatsen van een vochtdichte, elastische bewegingsvoeg (kit of profiel). De tegelvloer wordt met een helling van minimum 1,5 cm per meter breedte gelegd om waterstagnatie op de vloer zoveel mogelijk te vermijden: de helling moet zo uitgevoerd worden dat het water van het gebouw verwijderd wordt. Al het water afkomstig van het terras en zijn opbouw moet voldoende afgevoerd kunnen worden. De aansluiting van de tegelvloer met de gevel moet lager liggen dan het niveau van de waterkerende membranen in de gevel.

Het plaatsen in een legmortel of via verlijming is afhankelijk van het type steen. Informeer U hierover bij de leverancier en spreek dit goed af met de plaatser.

VERLIJMING
Dubbele verlijming is onontbeerlijk, d.w.z. zowel de rug van de tegels als de dekvloer wordt volledig ingestreken met aangepaste tegellijm of een witte kant-en-klare legmortel voor natuursteen. Na het leggen de tegels zeker niet met water besproeien en de voegen meerdere dagen (in vochtige omstandigheden: minimum 14 dagen!) laten open liggen, zodat het vocht door deze voegen verdampen kan. Vooraleer te voegen dient men de tegels grondig te reinigen en lichtjes vochtig te maken. Het is ook aangeraden slechts kleine oppervlaktes (4 à 6 m²) ineens te voegen en de tegels onmiddellijk schoon te maken om cementsluier te vermijden.

LEGMORTEL
De bevloering wordt geplaatst op een onderlaag in gestabiliseerd zand van max. 5 cm dikte met volgende samenstelling: Gewassen rivierzand 0/5 of 0/7 mm gemengd met witcement, een weinig nat gemaakt en ineengeklonken.
Verhouding: 450 kg zand + 50 kg cement (9 delen zand voor 1 deel cement).
Samenstelling legmortel (max. 1,5 à 3 cm): 200 kg wit zand 0/2 mm + 50 kg wit cement (4 delen zand voor 1 deel cement) met toevoeging van een vinylhars aan het zuiver aanmaakwater (geen putwater) of men gebruikt een witte kant-en-klare legmortel voor natuursteen. De tegels worden vol in de mortel gelegd. Na het leggen de tegels zeker niet met water besproeien en de voegen meerdere dagen (in vochtige omstandigheden: minimum 14 dagen!) laten openliggen, zodat het vocht door deze voegen verdampen kan. Vooraleer te voegen dient men de tegels grondig te reinigen en lichtjes vochtig te maken. Het is ook aangeraden slechts kleine oppervlaktes (4 à 6 m²) ineens te voegen en de tegels onmiddellijk schoon te maken om cementsluier te vermijden.

Onderhoud

Alles wat zich buiten bevindt is onderhevig aan UV, weer en wind. Het onderhouden van natuursteen buiten is minder intensief.

Eerste reiniging: een eenmalige schoonmaakbeurt met aangepast reinigingsmiddel (opgelet: niet zuurhoudend). Dit mag vanaf één week na opvoegen van de vloer. Mocht op de vloer cementsluier voorkomen, pas dan hetzelfde product toe, in combinatie met een éénschijfsmachine en een schrobpad.

Opgelet: gebruik steeds de producten van hetzelfde merk! (Lithofin ®, Moëller, Berdy®, Akemi ®)
Algemeen dient gesteld dat men bij het onderhoud niet mag overdrijven met water.

Zwembaden - Buiten

Zwembaden - kuip

We bespreken hier de zwembaden die bekleed kunnen worden met natuursteen. Dit zijn dus vers betonnen, prefab beton, gemetste betonblokken of prefab kunststof kuipen waarop hechting mogelijk is. Het eerste waar men aan denkt bij een zwembad is de waterdichting van de kuip. Vertrouw nooit op de waterdichting van de betegeling. De basis van de waterdichting moet ter hoogte van de kuip worden gerealiseerd.
Men moet voldoen aan de dichtheidsklassen volgens de norm NBN EN 1992-3.
Een realistische waterdichte kuip voldoet aan de volgende richtlijnen die ook terug te vinden zijn in de TV 247 van het WTCB:
Gebruik van ‘traditioneel’ beton, maar met aandacht voor het verbeteren van de globale vloeistofdichtheid:

▪ Kwaliteit van het beton (beperken van de interne belastingen/spanningen in het beton)
▪ Beheersing van scheurvorming door aangepaste wapening (beperken van de breedte van eventuele scheuren)
▪ Correcte uitvoering van voegen (vermijden van infiltraties via de voegen)

Beton (vaste wand of betonblokken) is niet waterdicht. Het aanbrengen van een waterdichtingslaag is noodzakelijk. Deze moet continu aangebracht worden. Ze bestaan uit een stijve of soepele bekleding.

Het tweede waar men aan denkt is het afvoeren van water en vocht dat op de zwembadrand komt en de omliggende bevloering. Bij een overloopzwembad moet men rekening houden dat de natuursteen hiervoor geschikt is omdat deze constant in contact staat met water. De afvoer van de directe omgeving van het zwembad wordt best weg van de kuip gerealiseerd.

Zwembaden - water

Het calcium-carbonaat evenwicht van het zwembadwater speelt een belangrijke rol. Er is een permanente chemische reactie bezig die een balans zoekt. In de ene richting ontstaat er overgesatureerd water met neerslag van CaCO3 ook wel ketelsteenvormend water genoemd. In de andere richting ontstaat ondergesatureerd water met CaCO3 in oplossing ook wel agressief water genoemd.

Agressief water kan leiden tot beschadiging cementgebonden materialen met als gevolg verpoedering, vertroebeling water, vorming afzettingen in het water.)

Er zijn vier begrippen die een effect hebben op beide reacties.
* T - Temperatuur
Kouder water is agressiever dan warmer water
* pH - Zuurtegraad
Zuurder water is agressiever dan neutraler/alkalisch water. Te hoge pH heeft een negatieve invloed op werkzaamheid chloor.
* TH - Totale Hardheid
Harder water is minder agressief dan zachter water. Regenwater verzacht het water
* TAC - alkaliteit

Water met hoge alkaliteit is minder agressief dan water met lage alkaliteit.

Aanbevolen grenswaarden
pH tussen 7,0 en 7,8 - idealiter 7,2
TH tussen 15 en 30°F
TAC tussen 10 en 20°F

Er zijn producten die deze parameters kunnen wijzigen.
CaCL2 verhoogt TH
NaHCO3 verhoogt pH en TAC
NaHSO4 verlaagt pH

Raadpleeg de norm NBN EN 16713-3

Zwembaden - bekleding natuursteen

Voor de bevloering rond het zwembad en de betegeling zelf raadpleegt U best de normen NBN EN 12058, 1341 en 1469. Kies uw natuursteen op advies van een professioneel. Dus de natuursteen moet zeker vorst- en waterbestendig zijn. Enkele natuurstenen vertonen een eigenschap die leidt tot vlekvorming volgens type I of type II in contact met water. Implementeer dus een goede afvoer van het water door een helling van 1,5% en een afvoergoot te voorzien. Hou deze laatste rein.
Kalkhoudende stenen (kalksteen, kalkzandsteen, marmer) kunnen reageren wanneer het Calcium-Carbonaatevenwicht verstoord wordt. U kan dan steeds kiezen voor niet-kalkhoudende steen (zandsteen, kwartsiet, graniet, basalt, leisteen, gneiss)

Zwembaden - waterzuivering

Het toevoegen van producten zoals Cl (Chloor) en NaCl (zout) kunnen een effect hebben op uw natuursteen.

Chloor:
Een te hoog gehalte kan leiden tot schade, een te laag gehalte kan leiden tot infecties. Controleer de concentraties voor uw type zwembad opgegeven door de producent.
Zout:
Het toevoegen van zout kan bij oversaturatie leiden tot het binnendringen van zouten in de steen. Deze zouten kristalliseren in de poriën. Door herhaaldelijk op te drogen en terug vochtig worden, ontstaan er meer kristallen. Deze migreren dan naar het oppervlak met als gevolg een mogelijke afschilfering van het steenoppervlak. Let dus op met poreuze stenen.
Eenzelfde fenomeen kan ontstaan door zoutelektrolyse en dit kan leiden tot gipsvorming.