Trappen

Trappen

OPMETEN

Het succes van een project in natuursteen begint bij het opmeten. Een trap opmeten is niet eenvoudig. Een rechte trap kan misschien simpel lijken, doch moet men zijn verstand er bij houden. Men heeft verschillende soorten trappen.

SOORTEN

- Rechte trap of steektrap met al dan niet open of gesloten zijden.
- Spiltrap of wenteltrap: een trap met een rechte as waar de treden direct rond draaien.
- Draaitrap: een trap die roteert rond een as buiten de trap gelegen.
- Vrij dragende trappen: In natuursteen niet gemakkelijk te maken als zelfdragende trap. Kan ondersteund worden met profielen die in de muur worden verankerd en die in de treden verwerkt kunnen worden.

De looplijn van elke trap bepaalt of een trap veilig is om op te lopen. Een spiltrap heeft een onveiligere looplijn dan een draaitrap of een steektrap. De looplijn is ook de plaats waar de meeste slijtage ontstaat. Een indoor trap ziet minder af van slijtage dan een uitdoor trap.

LOOPLIJN

Trappen worden vaak afgewerkt aan de muurkant en aan de kopkant met plinten en wangen. Deze plinten kunnen eenvoudig en recht zijn of doorlopend in allerlei vormen zoals kardinaalswangen.

HOE MEET MEN EEN TRAP

Het gemakkelijkste om te meten is als beide vloeren reeds geplaatst zijn boven- en onderaan de trap. Anders moet men de pas afspreken, die vaak afhankelijk is van de dikte van de vloerbekleding. De hoogte tussen beide passen is de traphoogte. Een trap heeft ook een lengte, dit noemt met de terugloop. De breedte van de trap spreekt voor zichzelf. De neus van de trap is de kant waar men op staat bij het stijgen van de trap. Deze neus kan al dan niet oversteken. De afstand van neuslijn tot neuslijn noemt men de optrede. Horizontaal is dit de aantrede. Het welstuk is de laatste trede bovenaan die aansluit op de vloer. Het verticale gedeelte van de trap heet een stootbord, tegentrede of konkel.

Het comfort van de trap hangt af van de aannemer die de beton heeft gegoten. Een perfecte hoogte van een optrede is 18 à 19 cm van neus tot neus en een diepte van 27 cm. Een trap met treden die een diepte hebben van kleiner dan 27 maken een trap steiler voor dezelfde hoogte. Het aantal treden is uiteraard afhankelijk van de hoogte. Meestal is dit 260 cm. Het aantal treden bedraagt dan 13 à 14 stuks. Als men het aantal treden telt en de totale dikte van alle treden samen telt, dan kan men de hoogte van de tegentrede berekenen, rekening houdend met de voegen.

Het opmeten van draaiende trappen met verdreven treden doet men vaak met mallen. Een verstandige manier omdat men deze mallen tijdens de productie kan gebruiken en het zagen efficiënt maakt.